Opnieuw geboren.

Wij worden opnieuw geboren in een land wat wij niet kennen. Een land zonder Sam in levende lijve. Alles is anders, maar ook hetzelfde.

Dat triest op de bank zitten, dat kan iedereen zich goed voorstellen. Die aanvallen van intense emoties, waarvan verdriet het meeste voorkomt.
En dat dat steeds maar terugkomt en altijd wel weer terug zal blijven komen.

Maar ook is er een andere zijde aan deze historie.
Ik kan dat het best verduidelijken door te citeren uit het boekje: leven met zelfdoding, waarin nabestaanden brieven schrijven aan de lezer met hun ervaringen en levenslessen.
Aanvankelijk ging ik wel erg zuchten van dat boekje. Er staan nogal wat verhalen in van: het duurde tien jaar voor ik weer een merel hoorde fluiten enzo. Tien jaar! Dan heb ik mijn merels al opgebruikt voor mijn hele leven, want bij tijd en wijlen hoor ik ze nu al!
Maar toen kwam het verhaal voorbij van Conny ten Klooster en BAM dat herken ik! Over de liefde voor het leven, die door zo’n ervaring sterker kan worden. Over de beslissing te streven naar echte, echte acceptatie. Over kracht en kwetsbaarheid die zoveel sterker voelbaar worden. Over de liefde,die je niet hoeft kwijt te raken.

Dit is een deel van haar brief aan de lezers:
KOSTBAAR LEVEN.
“Conny, kijk eens…., iets moet hier oke zijn, met Bart, met ons.” Een half uur in het mortuarium: schok, radeloosheid, verscheurend huilen. Weer stilgevallen wijst Dirk, mijn man, naar Barts dode lichaam. En ik zie het ook, zijn lichaam zo gaaf, de vage glimlach op zijn gezicht, iets van zachte liefde en vrede om hem heen. Ja, iets is hier goed én hij is dood…..

La Palma. Drie jaar later. Uitrusten in de zon, het lichte getwitter van de kanaries rondom. Uitzicht op oceaan, berg en bossen. De warmte dringt langzaam in mijn botten. De stilte keert me naar binnen. Vreugde en verdriet mengen zich tot een onbegrijpelijke lichtheid van leven, gewoon maar leven. Opnieuw de verwondering. Het ergste wat me kon overkomen is gebeurd, deze dood. Zijn leven, zo kostbaar. En het vreemde is, dat ook nu, dit moment, het leven opnieuw kostbaar is.

De eerste jaren na Barts plotselinge stap uit het leven waren als een tsunami die door mij heen spoelde. Het vroeg alles van mij om te kunnen blijven, zoals in die eerste uren, zowel bij de schok, de pijn, de wanhoop, de woede, als bij de liefde, het licht en de openheid. En telkens opnieuw merk ik, dat het doorleven van de pijnlijkste gevoelens, vroeger of later, iets in mij opent dat me draagt. Zijn dood, zijn eigen stap, brak mijn hart open en opende onvermoede ruimtes in het leven. Mijn plaatjes en ideeën over leven en over dood vielen weg. Ik zag nooit zo helder, dat de dood onontkoombaar deel van het leven is en dus ook vroege dood, ook de dood van een kind, ook zelfdoding. Geboorte en dood als bewegingen van het leven.

Waar de dood eerst zwart leek, werd ondanks mijzelf, juist uit deze dood nieuw leven wakker. En verdiepte het contact met familie, vrienden en mijn werk met mensen. Nieuwe vruchtbaarheid, nieuwe inspiratie, hoe gek dat ook mag klinken. Mijn toekomst neemt een andere wending. Ik heb een ander leven dan ik wenste, met een pijnlijk missen, maar het blijkt geen slechter leven.

(……….)

Mijn hart kan meer aan dan ik ooit vermoedde. Zo diep aangeraakt ben ik door hem, door wie hij was. Mjin zoon, deze mooie man, in zijn kracht en zachtheid, in zijn passie. Dankbaar ben ik voor zijn bestaan. Na zijn dood kan ik voelen hoe hij ook mij gevormd heeft, hoe hij in mijn cellen zit. Hoe ik hem altijd meeneem, zijn uniekheid door mij heen kan voelen, soms buiten mij kan waarnemen als een smaak van hem, een vleug van hem, onmiskenbaar eigen. zo weg als hij is, hij is nooit weg. “

Ik, wij, staan pas aan het begin van de door haar beschreven lange weg.
Maar die onbegrijpelijke lichtheid van leven, als verdriet en vreugde zich mengen tot een onbekend nieuw en mooi, mooi geheel, die ervaren wij al bijna elke dag. Hopelijk kunnen wij ons hierdoor laten leiden.

Nu snap ik waarom mensen naar de kerk gaan. Net als wij bemoediging en vertroosting ontvangen via het steeds weer bespreken van existentiele onderwerpen, de herhaling die behulpzaam is.
Hallelujah! Amen.

Maar.
Alles goed en wel. Uiteindelijk is het toch ook gewoon kut. Gewoon kut.
(met dank aan een buurvrouw, die deze kernachtige uitspraak in mijn hoofd heeft gezet en die frequent toepasselijk is!)