In Frankrijk bij vriendin Katja

Hoe doe je dat, rouwen elders?
Nu zijn we gelukkig zeer vertrouwd met de afgelegen boerderij van jeugdvriendin Katja, waar Bert al 20 en ik al 35 (?) elk jaar kom.
Bert was bang voor ontwrichtende zoon-herinneringen. Per slot hebben de jongens hier ook jarenlang vertoefd, riddertje gespeeld op de hooibalen in de schapenschuur, eieren gezocht, meegereden op de tractor, schapen helpen binnenhalen, eindeloos elkaar van het vlot in de rivier afduwen. Maar dat valt mee.
Het is hier ook zo tijdloos en gastvrij. Dat helpt bij het verdragen van de grillen van het lot. Bos en schapen en vliegen en burlende herten en ratatouille maken en tomaten drogen in de brandende zon en bramen plukken voor de vlaai en brandnetels aanvallen.
Altijd teveel te doen maar ook altijd tijd genoeg.
We kijken foto’s van Sam.
Bert zwoegt dagelijks de omringende heuvels op per racefiets en ik zwem elke dag een klein stukje verder in de heldere rivier.
Het verdriet heeft zich als verstekeling in de bagage verstopt, en als een echte verstekeling floept het op ongelegen momenten tevoorschijn, liefst snachts. Dan vraagt het tijd en overdenkingen. Kunnen we wel gelijk luisteren naar de stilte of naar de uilen in de verte.