Deze week is Sam weer thuisgekomen.
Nou ja, de helft van Sam. De andere helft heeft Maarten meegenomen.
Eerst is er een wettelijke wachttijd van een maand voordat je het mag opvragen. Dat ze zonodig nog geheime gifstoffen kunnen opsporen.
En om de familie de gelegenheid te geven om het eens te worden over wat ze met die as willen, zodat ze elkaar niet met de as om de oren gaan slaan ofzo.
Dan mag je pas bellen voor een afhaal-afspraak en daar is dan ook weer een wachttijd voor van een maand. Voor het ophalen van een rechthoekige plastic container die nauwelijks open te krijgen is en het ondertekenen van het afhaalbewijs. Tezamen kost dat minstens vijf minuten.
Maarten en ik hebben dat samen gedaan en we werden er eigenlijk een beetje melig van. Zo maf, Sam in een (vrij zware) box.
En toch is het ook wel wat. Toch weer roerend.
Hij (nou ja, halve hij) zit nu in een allerprachtigste vaas in de huiskamer. Als ik de vaas beethoud, dan word ik helemaal…..rustig.
Geen idee waarom, maar nou ja, rustig is altijd goed.
En na het as ophalen deden we onze driemaandelijkse KFC sessie.
Dat is ons eens per kwartaal veel teveel volstoppen met fastfood kip.
Deed ik al jaren met de kids, en blijven we doen. De laatste keer was nog met Sam, anderhalve dag voordat zijn leven eindigde. Ik dacht dat ik daar helemaal emotsioneel van zou worden om die reden, maar nee hoor, lekker lopen schranzen.
En Sam er gezellig bij op tafel. In zijn vaas. En in zijn box.
Maar verder zwalken we gewoon voort. Dan weer een goede dag, een fijn bezoek, dan weer een slechte nacht, een dag vol innerlijke motregen……
