Rampen (niet kunnen) voorzien

Bij het ervaren van kwetsbaarheid komt het besef van vergankelijkheid. Alles kan zomaar opeens anders worden. Sterker nog: alles wordt langzaam anders, maar vaak zo langzaam dat we het niet echt merken.
In deze corona-tijden lijkt het of de hele wereldbevolking zich opeens bewust is geworden van dit fenomeen. Individuele rampen van anderen, die natuurlijk ook dagelijks op de aardbol plaatsvinden, raken niet echt van binnen. Voelt toch heel anders als je bang ben zelf te overlijden.

Het echt ervaren van de eigen vergankelijkheid is het derde niveau van bewustzijn in de boeddhistische leer, als ik mijn zwager goed begrepen heb.

En aangezien ik geen zin heb om schuldige bevolkingsgroepen te zoeken, of zoveel mogelijk boos te worden, of wat dan ook te ontkennen, ben ik gewoon bang soms (kanker) of verdrietig (zoon). een eventuele angst voor corona is een beetje over, sinds ik gevaccineerd ben (jippie!) (nou alleen Bert nog)

Volgens die boeddhisten is het vast ook de bedoeling om dat mild en rustig te observeren en voorbij te laten glijden. Dat is dan de grote uitdaging. Voor mij. En voor de hele wereld. Nou ja. Laat ik maar eens met mezelf beginnen……

kou en warmte

Die kou. Het is volgens mij een vrij gewone winter, lekker vaak vijf graden, met wel vooral veel regen. Maar hij hakt er dit jaar echt heel erg in. Nu althans, nu die al vier maanden duurt.
Nog nooit was ik zo gevoelig voor temperatuur en licht. Een dag grauwe motregen en ik ben ook zo van binnen. Een dag fris zonnetje en heldere luchten en ik ben van binnen fris, helder, bevrijd.
ik heb het zo snel zo koud als ik even stilzit. Kan dan alleen warm worden met elektrische dekens en dubbele dekbedden. Echt volkomen raar.
Ik hoop maar, dat dat van de rouw komt, en dat dat dus volgende winters (waarvan er hopelijk nog veel komen) weer wat beter is.
Maar ja. Half maart. Die lente die zal nu toch echt wel snel komen…….

En wat stroomt er dan door?

Deze week was ik weer eens mijn lichaam aan het onderzoeken (mentaal dan he). Een beetje lymfoedeem in de rechter bovenarm—- voelt als vitale energie die lekker wil stromen. En die wordt tegengehouden. Waar? O ja, in de oksel, waar mijn lekker trekkende litteken zit met de bestraalde huid.
Ik durf het niet te laten stromen, als een konijntje in de autolamp starend blijf ik stokstijf zitten, en durf ik het niet te laten stromen. Waarom niet? tjaaaaa…. gewoon bang dat de kanker dan door mijn lichaam gaat stromen denk ik! Wat natuurlijk waarschijnlijk grote onzin is.

Maar als ik daar aandacht en warmte heendenk, dan werkt dat veel beter dan het vanuit de arm door laten stromen.
Gewoon de zon een beetje laten schijnen daar.
En wat gebeurt er dan?
dan wil ik opeens heel erg veel droge mopjes gaan maken! Ik heb er altijd zo’n plezier aan, om de humor van alles in te zien, adrem te zijn, en andere mensen daar ook een heel klein beetje mee te plagen.

Dus wat er vast zit zijn normen: als je zoveel hebt meegemaakt als ik laatste jaren, dan moet je eigenlijk default een beetje serieus en tobberig voor je uitkijken. En als je glimlacht, moet je erdoorheen laten schemeren, dat daar toch wel heel veel leed achter schuilt.
Nou, daar heb ik, eigenlijk, helemaal geen zin in!

Dus vanaf nu is mijn streven om heel erg vaak grappig te doen, en dan soms daarnaast even helemaal triest en bedrukt te zijn.
En dan gaan we kijken hoe het dan verder door gaat stromen……..