1 maand na de operatie

Alle leverenzymen blijven zich deze week weer de goede kant op spoeden, dankzij het nieuwe medicijn: de doorstroom-bevorderende beren-gal.

En Bert heeft vanaf heden nog maar 9 pillen per dag in plaats van de aanvankelijke 20.
Hoe dat zo?
Je moet in het begin 3 soorten afweeronderdrukkers nemen:
1. Tacrolimus.  Moet hij altijd blijven nemen.   al is het nu van 2x per dag naar 1x per dag gegaan en kan de dosis later wel wat verder omlaag.

2. Prednison. Neem je de eerste maanden in een langzaam afbouwschema. 

3. Mycofenolaatmofetil. Dat was een soort dubbel back-upmiddel. De bloedspiegel van tacrolimus is vaak in het begin nog wisselend en dan werkt dat nog niet betrouwbaar. (Alweer iets, waar Bert helemaal geen last van heeft gehad).  

Omdat 1. zo stabiel is in Bert ze bloed, mag 3. nu dus stoppen!
Dat is heerlijk,  want dat medicijn had ook een grote kans op allerlei ongezellige bijwerkingen: infecties, psychische instabiliteit, bloedafwijkingen. Bert had eigenlijk alleen regelmatig last van bibbers in de handen als bekende bijwerking. Dan kon hij moeilijk secuur aquarelleren en dat was dan wel heel vervelend. Maar misschien word dat nu dus beter.

VERDER
Mijn vooroordeel over ziekenhuizen was: de grote medische dingen gaat heel vaak goed, maar de kleine dingen gaan best vaak fout.
Dit vooroordeel lijkt uit te komen.
Grote Medische Zaak: Die lever zit er prima in, geweldig!
Kleine Dingen: oef. Gisteren bijvoorbeeld, ging het mis met de opdracht tot bloedprikken. Kostte Bert 1000 stappen (goed voor het daggemiddelde!) en een half uur voordat dat op orde was.
En daarna wachtten we ook nog een half uur voor niks op een fysiotherapeut, die naar een congres bleek te zijn omdat hij niet had doorgekregen dat Bert een afspraak had.
MORAAL: Vergeet de Grote Dingen niet. Reserveer extra tijd en check alle Kleine Dingen dubbel.