Nog een dag alles controleren. Gelukkig heb ik weer een beetje eetlust en gelukkig hebben ze op zondag een beetje minder saai eten.
Verder ben ik erg druk met rustig de gang op en neer lopen en daar weer van uitrusten. En met de andere patiënten dan dag zeggen, vooral dikke oude mannen. Soms dunne oude mannen. Soms dikke oude vrouwen. En soms denken die dat ik personeel ben, dan hield ik mijn ECG-kastje omhoog, zo van: ik ben ook patiënt hoor, kijk maar! Moest ik toch nog de vitrage openschuiven. Alleen dat kastje is nu ook al afgekoppeld.
En ik ben druk met al die hartverwarmende appjes en berichtjes beantwoorden. Er zitten hier op zondag dan geen 8 familieleden om mijn bed heen, maar online heb ik een reuze gezellig heel erg lang durend feestje met heel veel mensen en een virtuele taart.
Ik ben opgewaardeerd naar 8 pillen per dag, als ik het goed tel, o nee, 9! Indrukwekkende score hoor.
Bert en ik zijn nog steeds heel erg uitgeput. Wij denken dat het vooral van verdriet is, met ook een dosis onzekerheid erbij. Verdriet om alle levensgebeurtenissen van de laatste 7,5 jaar, en alles wat kwetsbaar en ongewis en niet leuk is. Het is bij elkaar opgeteld toch echt meer dan alleen 1 redelijk soepel verlopen hartaanval.
Ik ga ernaar streven om lekker vaak verdrietig te zijn. Dat zal wel het beste helpen.
