Vandaag, vrijdag 25 juni mag Bert toch met ontslag. Het zou eerst zaterdag zijn, maar hij kan zich redden met morfinepillen dus waarom niet. En ik heb even zin om lekker te zeiken en te mopperen. Hier komt het!
Got wat moet je een geduld hebben als patient zijnde zeg! We moeten in de ochtend wachten op de zaalarts, wachten tot alle recepten gemaakt zijn, wachten tot iemand het infuus komt verwijderen, wachten tot de verpleegkundige nog het laatste formulier komt brengen. Dan blijkt dat de Erasmus-apotheek, denkende dat hij pas de volgende dag met ontslag zou, alles pas om 5 uur IN ROTTERDAM klaar zou hebben staan! Ben ik gauw gaan regelen en verzoeken om de recepten toch maar naar onze Bussum-apotheek te zenden en de bestelling voor de Erasmusapotheek te annuleren. In Bussum doen ze echter altijd heel moeilijk over direct noodzakelijke afleveringen, dus ik moet goed zeuren voordat die dat toezeggen. En dan, terwijl we naar huis rijden, krijgt Bert bericht dat alles klaarligt…..in Rotterdam! Honderden euro’s aan medicijnen zijn nu dubbel besteld. Hebben we dat weer netjes afbesteld.
Als we dan eindelijk thuis zijn voorzien van de meest urgente medicijnen, alhoewel niet allemaal in de hoge hoeveelheid, dan gaan we allebei heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel moe zijn. Heel moe. Zal wel nodig zijn he.
GESPREKKEN
Gisteren werd ik op de moestuin geholpen door een lieve en sterke collega en vriendin. Haar tuinpartner kwam ook even kijken, en die vroeg in zalige onwetendheid hoe het ging met mij. Ik had er zo genoeg van om mensen te laten schrikken, dat ik eruit flapte: Nou ik heb een hartaanval gehad en mijn Bert longembolieen, maar verder gaat het goed hoor. Ik vond hem zelf wel erg grappig eigenlijk. Hij schrok natuurlijk toch, maar kon alleen maar zeggen: Nou, je kunt tenminste nog lachen. En zo is het. (Ook)
Ook gisteren heb ik een gesprek aangevraagd over de gebeurtenissen rond de (uitgestelde) diagnose van de embolieen, nu 5 dagen geleden. Opeens realiseerde ik mij, dat niemand 1 woord tegen mij erover had gezegd. En Bert had alleen als dopey een kort onhandig afgebroken gesprekje gehad. Een uur later dan aangekondigd kwamen er 4 dokters binnen: 2 supervisoren, de assistent die dienst had gehad de dag van opname en de zaalarts. De zaalarts begon monter met de visite: hoe gaat het, heeft u nog ontlasting gehad, enzovoort. Die andere artsen stonden er een beetje bij (en ik begreep pas later, dat dit een speciaal samengesteld gezelschap was om Het Incident te bespreken!)
Ik had een lijstje met visitevragen, en de laatste vraag was: ik wil graag bespreken hoe het nu gegaan is bij de opname. Ik heb daarop verteld hoe het was voor mij, dat ik een D-dimeer bepaling had gewild, hoe bang ik ben geweest die dag(dat merkte ik pas achteraf). De supervisor (die die dag dienst had gehad) ging uitleggen waarom zij in eerste instantie niet aan een longembolie dachten. Zij dachten aan een virus, want meneer was snotterig. Nee, hij was niet snotterig, ik had gezegd dat hij een klein beetje keelpijn had gehad (was al over) en 3x had gehoest die nacht. (was ik maar niet zo gedetailleerd geweest! dat was gelijk vertaald als snotterig). De bepaling van D-dimeer was niet betrouwbaar vanwege een licht verhoogd ander stofje in het bloed (CRP van 28). Die bepaling was eigenlijk alleen bedoeld om een longembolie uit te sluiten en als je er echt aan dacht, zou je gelijk een hele scan met contrast en al van de longen moeten maken. Dat doe je liever ook niet voor niks.
Maar de volgende keer hebben ze wel aan de longembolie gedacht, ging de supervisor voort. Nu werd ik kwaad. NEE zei ik, dat is niet waar. Ik heb einde van de middag gebeld en gezegd, dat de pijn een stuk erger werd en of de assistent zeker wist, dat het geen longembolie was en of ik morfine kon geven. De assistent liet voor het eerst van zich horen: Dat klopt, dat was niet juist en daar biedt ik mijn excuus voor aan. Hehe, eindelijk een excuus. Het kwam er iets te gladjes uit (gerepeteerd?)
In eerste instantie was ik wel opgelucht dat de zaak besproken was en ik geloof best dat met de manier waarop de assistent het geformuleerd heeft in haar overleg naar de supervisor toe in de ochtend gemaakt heeft, dat het toen een goede beslissing leek om verder niets te doen. Ik heb nog de suggestie gedaan, om in zulke gevallen te proberen de hulpvraag te verhelderen, zoals wij dat noemen. Bijvoorbeeld: maar wat is precies uw reden dat u zo ongerust bent over een longembolie? Dan zou ik gezegd hebben: ja, nu u het zo vraagt, eigenlijk was de eerste en duidelijkste klacht van Bert pijn bij inademen op de borstkas. En ja dat past goed bij een longembolie Nou ja. Wat is duidelijke en precieze communicatie toch moeilijk! Dat doen wij in ons gezondheidscentrum toch een stuk beter.
Uiteindelijk ben ik maar gedeeltelijk tevreden. Ik had zo graag willen horen dat zij ook empathie hadden voor mijn kant van de zaak. Maar je kunt geen veren van een kikker plukken dus ik ga oefenen in loslaten, om mijzelfrust te geven.
