ONTSLAG! Even lekker mopperen.

Vandaag, vrijdag 25 juni mag Bert toch met ontslag. Het zou eerst zaterdag zijn, maar hij kan zich redden met morfinepillen dus waarom niet. En ik heb even zin om lekker te zeiken en te mopperen. Hier komt het!
Got wat moet je een geduld hebben als patient zijnde zeg! We moeten in de ochtend wachten op de zaalarts, wachten tot alle recepten gemaakt zijn, wachten tot iemand het infuus komt verwijderen, wachten tot de verpleegkundige nog het laatste formulier komt brengen. Dan blijkt dat de Erasmus-apotheek, denkende dat hij pas de volgende dag met ontslag zou, alles pas om 5 uur IN ROTTERDAM klaar zou hebben staan! Ben ik gauw gaan regelen en verzoeken om de recepten toch maar naar onze Bussum-apotheek te zenden en de bestelling voor de Erasmusapotheek te annuleren. In Bussum doen ze echter altijd heel moeilijk over direct noodzakelijke afleveringen, dus ik moet goed zeuren voordat die dat toezeggen. En dan, terwijl we naar huis rijden, krijgt Bert bericht dat alles klaarligt…..in Rotterdam! Honderden euro’s aan medicijnen zijn nu dubbel besteld. Hebben we dat weer netjes afbesteld.
Als we dan eindelijk thuis zijn voorzien van de meest urgente medicijnen, alhoewel niet allemaal in de hoge hoeveelheid, dan gaan we allebei heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel moe zijn. Heel moe. Zal wel nodig zijn he.

GESPREKKEN

Gisteren werd ik op de moestuin geholpen door een lieve en sterke collega en vriendin. Haar tuinpartner kwam ook even kijken, en die vroeg in zalige onwetendheid hoe het ging met mij. Ik had er zo genoeg van om mensen te laten schrikken, dat ik eruit flapte: Nou ik heb een hartaanval gehad en mijn Bert longembolieen, maar verder gaat het goed hoor. Ik vond hem zelf wel erg grappig eigenlijk. Hij schrok natuurlijk toch, maar kon alleen maar zeggen: Nou, je kunt tenminste nog lachen. En zo is het. (Ook)

Ook gisteren heb ik een gesprek aangevraagd over de gebeurtenissen rond de (uitgestelde) diagnose van de embolieen, nu 5 dagen geleden. Opeens realiseerde ik mij, dat niemand 1 woord tegen mij erover had gezegd. En Bert had alleen als dopey een kort onhandig afgebroken gesprekje gehad. Een uur later dan aangekondigd kwamen er 4 dokters binnen: 2 supervisoren, de assistent die dienst had gehad de dag van opname en de zaalarts. De zaalarts begon monter met de visite: hoe gaat het, heeft u nog ontlasting gehad, enzovoort. Die andere artsen stonden er een beetje bij (en ik begreep pas later, dat dit een speciaal samengesteld gezelschap was om Het Incident te bespreken!)
Ik had een lijstje met visitevragen, en de laatste vraag was: ik wil graag bespreken hoe het nu gegaan is bij de opname. Ik heb daarop verteld hoe het was voor mij, dat ik een D-dimeer bepaling had gewild, hoe bang ik ben geweest die dag(dat merkte ik pas achteraf). De supervisor (die die dag dienst had gehad) ging uitleggen waarom zij in eerste instantie niet aan een longembolie dachten. Zij dachten aan een virus, want meneer was snotterig. Nee, hij was niet snotterig, ik had gezegd dat hij een klein beetje keelpijn had gehad (was al over) en 3x had gehoest die nacht. (was ik maar niet zo gedetailleerd geweest! dat was gelijk vertaald als snotterig). De bepaling van D-dimeer was niet betrouwbaar vanwege een licht verhoogd ander stofje in het bloed (CRP van 28). Die bepaling was eigenlijk alleen bedoeld om een longembolie uit te sluiten en als je er echt aan dacht, zou je gelijk een hele scan met contrast en al van de longen moeten maken. Dat doe je liever ook niet voor niks.
Maar de volgende keer hebben ze wel aan de longembolie gedacht, ging de supervisor voort. Nu werd ik kwaad. NEE zei ik, dat is niet waar. Ik heb einde van de middag gebeld en gezegd, dat de pijn een stuk erger werd en of de assistent zeker wist, dat het geen longembolie was en of ik morfine kon geven. De assistent liet voor het eerst van zich horen: Dat klopt, dat was niet juist en daar biedt ik mijn excuus voor aan. Hehe, eindelijk een excuus. Het kwam er iets te gladjes uit (gerepeteerd?)

In eerste instantie was ik wel opgelucht dat de zaak besproken was en ik geloof best dat met de manier waarop de assistent het geformuleerd heeft in haar overleg naar de supervisor toe in de ochtend gemaakt heeft, dat het toen een goede beslissing leek om verder niets te doen. Ik heb nog de suggestie gedaan, om in zulke gevallen te proberen de hulpvraag te verhelderen, zoals wij dat noemen. Bijvoorbeeld: maar wat is precies uw reden dat u zo ongerust bent over een longembolie? Dan zou ik gezegd hebben: ja, nu u het zo vraagt, eigenlijk was de eerste en duidelijkste klacht van Bert pijn bij inademen op de borstkas. En ja dat past goed bij een longembolie Nou ja. Wat is duidelijke en precieze communicatie toch moeilijk! Dat doen wij in ons gezondheidscentrum toch een stuk beter.
Uiteindelijk ben ik maar gedeeltelijk tevreden. Ik had zo graag willen horen dat zij ook empathie hadden voor mijn kant van de zaak. Maar je kunt geen veren van een kikker plukken dus ik ga oefenen in loslaten, om mijzelfrust te geven.

EINDELIJK! EN WAT MOET ER NU GEBEUREN?

Eindelijk! Nou ja, eindelijk,  eigenlijk zijn er pas 3 dagen verlopen sinds Bert een diagnose kreeg (eehh…3 en een half sinds hij een diagnose had moeten krijgen)
Wat dan eindelijk? Eindelijk gaat hij echt vooruit! 
Binnen 1 dag van de ketamine af ( nog wel aan de morfine hoor) EN veel minder pijn. Hij kan lopen, zichzelf douchen en hij begint zich te vervelen (= goed teken!). En het is weer Bert geworden in plaats van een beetje warrige ketamine-dopey die zich nauwelijks kon bewegen en niet kon slapen. 

Wat moet er nu nog gebeuren? Hij moet nog van de zuurstof af, hij heeft het nu een deel van de dag nog wel nodig. Hij moet van het morfine- infuus af. Hij moet nog meer kunnen lopen zonder neer te storten van benauwdheid of pijn. Hij moet een trap op kunnen.  Dat is het eigenlijk wel en dan kan hij weer naar huis. Paar dagen?

Ze gaan (poliklinisch) nog verder zoeken of er niet toch een bloedafwijking of een verstopte kanker te vinden is die de oorzaak kan zijn van de embolieen (allemaal niet waarschijnlijk). Als ze dat niet vinden,  dan zal het waarschijnlijk een zeldzame bijwerking zijn van de afweeronderdrukkende medicatie. 

En wat moet er met mij gebeuren? Ik moet voldoende momenten vinden om even rustig te huilen.
Ik moet er echt vrede mee krijgen dat de longembolie-diagnose de eerste keer is gemist en dat ik niet hard genoeg geroepen heb dat ze wel verder moesten kijken.
Ik moet mijn hart niet vergeten. (Ik heb een rare parallel-herinnering aan de eerste keer dat ik borstkanker kreeg op mijn 28e. Mijn vader kreeg 2 maanden later slokdarmkanker. En toen is iedereen, inclusief ikzelf, een beetje vergeten om mijn kanker nog aandacht te geven. Gelukkig heb ik nu een wijzer hart.)
Ik moet voldoende rust en afleiding hebben. Het helpt, om dingen te doen die mij energie geven (Gelukkig is dat echt niet moeilijk in dit jaargetijde. Tomatensaus inmaken. In de avondzon wandelen. Boontjes plukken, B&B vol Liefde kijken.
Verder helpt het om mijn blog boeiend te noteren.
En het helpt om bij verrassing cappucino met havermelk en suikervrije vanillesiroop voor Bert halen bij Starbucks, omdat hij de ziekenhuiskoffie zo vies vind. En dan doen we samen yoga-ademhalingen om zijn longen weer te ontkreukelen.
En dan zuchten we samen over ons rare leven.


De ontdekking van een longinfarct

Op vrijdag 18 juli was er nog niets aan de hand, Bert heeft 60 kilometer gefietst. Snachts sliep hij wat onrustig en ik dacht o jee, straks krijgt hij een virusje. Smorgens om 6 uur had hij pijn in zijn rechter zij op de ribben bij ademen.  Ik heb hem onderzocht en er was niet veel te vinden aan de borstkas. Hij kon niet diep inademen en had een klein beetje keelpijn, maar was verder niet erg ziek. De temperatuur was 38.1. Dan moet je bellen naar het Erasmus ziekenhuis en vervolgens zaten we om half 8 daar op de eerste hulp. 

Hij is daar onderzocht ( had toen een beetje drukpijn op de ribben),  er is bloed geprikt en een  longfoto gemaakt. Er zaten wat wazige plekjes op de foto en in het bloed was alles goed, behalve een licht verhoogd CRP van 28 (dat stofje raakt verhoogd door van alles, waaronder infecties). Er is 1 stofje in het bloed niet bepaald, dat prik je bij verdenking op een longembolie (de D-dimeer). 

De jonge dokter zei, dat het wel een virus zou zijn. Ik vroeg waarom het D- dimeer niet bepaald was en dat ik toch ongerust was of het geen longembolie kon zijn (daar kun je pijn bij ademen van krijgen). Nee dat kon niet,  want dan had je geen drukpijn op de borstkas. O, nou ja,  dat zal dan wel.  Met paracetamol ging het wat beter en hup weer naar huis. 

Ik de loop van de dag werd de pijn erger. Op een gegeven moment kon hij geen seconde meer platliggen. Ik weer bellen naar het ziekenhuis en ik kreeg dezelfde dokter aan de lijn. Ja,  hij heeft nu duidelijk meer pijn bij het ademen en nu ook pijn bij bij bewegen. Verder heeft hij alleen een beetje verhoging en verder niks nieuws. Ik vroeg: weet u echt zeker dat het geen longembolie kan zijn? Nee, alles was nagekeken vanmorgen (niet dus) en dat was allemaal goed, dus….. Of ik dan een tabletje morfine mocht geven wat we nog in huis hadden. Nou,  moet dat echt,  liever niet,  nou vooruit dan.
Een uur later was de pijn ondraaglijk geworden. Bert liep luid kreunend door de kamer,  ik mocht niet meer praten en hem niet aanraken, het was echt vreselijk. Weer in paniek gebeld  en toen direct met de ambulance nog een keer naar Rotterdam gevlogen.
Daar namen ze het nu wel serieuzer en op de ct- scan waren meerdere grote longembolieen te zien met een infarct in de onderkwab van de rechter long. (ja, precies waar de pijn begon) Een longinfarct krijg je als de bloedtoevoer daar helemaal is afgesneden en kan heel erg pijn doen.

Nu was de diagnose duidelijk. Hij kreeg morfine (ja nu mocht het wel) en ik lag om 4 uur snachts in bed. Het heeft op en af meer dan anderhalve dag geduurd voordat de pijn goed onder controle was te krijgen met fentanyl en ketamine, en voordat hij weer wat wilde eten. Op dit moment heeft hij nog steeds zuurstof nodig en is hij raar en in de war van de ketamine. Maar daar is even niets aan te doen, want het is het enige wat helpt samen met fentanyl.

Op maandag 21 juli is de dokter van ons eerste, tevergeefse bezoek langs geweest bij Bert, toen ik er nog niet was. Ze heeft,  zoals ik begrijp,  een beetje onhandig geprobeerd om excuses te maken. Op de gegeven moment liet Bert uit zijn mond vallen dat ik 2,5 week geleden een hartaanval heb gehad en toen begon Bert een beetje te huilen (nou, wat ontzettend jammer dat ik dat niet heb gezien.  Ik heb hem maar 1x eerder 1 traan zien laten, bij de geboorte van de jongens!) En toen….. ging zij ook een beetje huilen!

Mijn eerste reactie was: Ha, lekker,  dat komt ervan! Daarna heb ik een prachtige, milde en uitgebreide mail naar haar gestuurd met 8 punten vol opbouwende feedback, wat zij kon verbeteren een volgende keer, en dat ik niet boos ben (nou ja, niet boos genoeg om haar af te branden.  Ik heb zelf ook wel eens domme dingen gedaan als dokter hoor)

Ze hebben overal gekeken of ze een specifieke oorzaak konden vinden voor de embolieen, maar nee. Het kan een zeldzame bijwerking zijn van de medicijnen en soms is er geen enkele speciale oorzaak te vinden, dan is het gewoon pech). 

Ze hebben ook de lever driedubbel gecheckt, maar nee, die is helemaal fris en fruitig!

Bert kreeg gelijk bloedverdunners. Die moeten voorkomen dat er nieuwe stolsels komen en het lichaam moet de oude stolsels gaan opruimen. Met het oplossen van die stolsels zal naar verwachting binnen een paar dagen het infuus en de zuurstof niet meer nodig zijn. Het blijft even afwachten hoeveel schade de longen hebben opgelopen. Gelukkig hebben longen goede herstel-kwaliteiten en kun je ook wel een kwabje missen. 

Wij zijn allebei uitgeput van al deze gebeurtenissen en Bert is suf en een beetje in de war (van de medicatie tegen de pijn). Vannacht werd ik geplaagd door de zinloze vraag, waarom ik de eerste keer niet harder heb aangedrongen op bepalen van de D-dimeer. Ik heb geprobeerd net zoveel compassie te hebben voor mijzelf als ik voor die falende dokter van de eerste hulp heb.

Wij zouden graag weer eens alleen maar meeleven met andere mensen, in plaats van omgekeerd! Maar de buurvrouw heeft pasta met walnotensaus gebracht en we krijgen heel veel virtuele hugs en iedereen leeft mee en dat helpt toch ook wel heel erg. 

WAT NU WEER?

Wij zijn in de running voor kampioenschap medische toestanden per echtpaar 2025. We gaan vast niet winnen,  maar we doen ons best!

Want?

Bert ligt nu in Rotterdam aan de zuurstof en aan een pomp met morfine en ketamine. Nee niet als tijdverdrijf, maar omdat hij zaterdag 19 juli een longinfarct heeft gehad door long embolien. Dat er een stuk van 1 long teveel zuurstoftekort heeft gehad en daardoor niet meer werkt. Dat doet dus heel erg pijn. 

Waar komen die longembolien vandaan? Dat is niet duidelijk,  soms komen ze zonder oorzaak. Had hij al lang last? Nee, pas 1 dag. Hoe is dat dan precies gegaan? Dat vertel ik in een volgend blog. Hoe gaat het nu met hem? Alweer de goede kant op hoor. Kans is groot dat hij over een paar dagen met bloedverdunners en pijnstillers en al naar huis mag. 

Ik merk een drempeltje om dit nieuwtje te delen. Waarom?

Ik heb er eigenlijk een beetje genoeg  van om medeleven te krijgen. Dat klinkt een beetje ondankbaar. Ik vind het super lief en fijn dat er zoveel vrienden en kennissen en buren en familie en collega’s betrokken zijn en ik zou niet weten wat ik zou moeten beginnen als ik dat niet kreeg. Maar in overmaat is het een beetje….eenzijdig.
Het is zoveel fijner om mooie dingen te kunnen delen met je omgeving!
Dus lieve omgeving:
Het is heel begrijpelijk als jullie dingen denken en voelen als:
Och, hebben ze nu nog niet genoeg gehad? 
Of: het is niet eerlijk toch! 
Of: O wat erg, dat dit juist jullie moet overkomen!
Het is natuurlijk allemaal een trieste samenloop van omstandigheden. Zeker. Ik moet zelf ook tijd en ruimte geven aan mijn verdriet en onzekerheden. Maar ik wil het graag niet heel erg vaak horen! 

In dit opzicht moet ik terugdenken aan 2018, toen ik borstkanker kreeg en dat ging vertellen op mijn werk.  Daar wemelt het namelijk van de lieve meelevende collega’s. Toen heb ik iedereen een mail gestuurd met de volgende wens: zeg alsjeblieft niet tegen mij hoe erg je het vind, dat kan ik niet zo goed verdragen. Maar hugs geven,  dat is altijd fijn! En hup iedereen huggen, in het echt of virtueel, soms zonder verder iets te zeggen. Ik vond het geweldig en heel erg steunend. 

Wat zou dan nu fijn zijn?
Dat jullie in ieder geval niet gillend weglopen omdat het voor jullie too much is. Dat er natuurlijk aandacht is voor al deze medische avonturen, maar ook voor de mooie dingen om ons heen en voor jullie wel en wee.
En hugs, echte of virtuele, of papieren….. die kunnen er wat mij betreft nooit genoeg zijn. 

En dan is het weer 14 juli.

De dagen vullen zich met steeds verder opbouwend wandelen, duizeligheid, lekker simpele films kijken overdag, misselijkheid, veel communiceren met al mijn lieve naasten, uitputtingsaanvallen, en groenten verwerken uit de absurd goed groeiende moestuin.

Maar hoe vul je op dit moment nou de 5 jarige sterfdag van onze Sam? Lange wandeling kan niet deze dagen. En er is meer verdriet dan anders.
Oké: Lieve berichtjes beantwoorden.  Korte wandeling! Lunchen aan de loosdrechte plassen. Samen naar de moestuin. Savonds mooie film kijken via pathe thuis ofzo. Geen tranen tegenhouden. De tranen van verdriet hebben een aanhangwagentje, en daarin rijdt de zachte traan van ontroering mee over alles wat zo mooi is in deze wereld.  

Op de foto is te zien, dat Sam zijn plekje nu moet delen met onze regenbogen. En dat wij doen wie het mooiste medicijndoosje heeft. (onbesliste strijd) En wie de meeste pillen heeft (Saskia onbetwiste winnaar, nu 10 pillen smorgens)

TOCH WEER VEEL NIEUWS

Bij ontslag kreeg ik een controle-afspraak mee voor over 4 weken. Nogal laat,  maar ja dat personeelstekort, en nu ook vakantietijd.  

Dan maar met vele adviezen in mijn virtuele rugzak aan de slag gegaan. Nou ja, aan de slag, het meeste was rustig aan doen,  in het begin zorgen dat je niet buiten adem raakt en geen verhoogde hartslag krijgen.

Maar jeetje.  Ik ben (was!) in ieder geval nog helemaal van de leg. Wiebeldewabbel en heel voorzichtig en slecht slapen en echt heel erg vaak (een beetje) pijn op de borst.  Precies dezelfde soort als van de hartaanval, alleen wel veel minder erg en het gaat ook steeds over, en is ook niet special bij inspanning. Maar ja,  ik heb,  waarschijnlijk,  ook dagen voor de hartaanval de klachten,  die er wel waren,  niet herkend als hartklachten….

MAAR DAN!

op woensdag kan ik overleggen met de physician assistent cardiologie Corrie (zeg maar hulpdokter) over welke inhaler ik, zo nodig, vanaf nu het beste kan nemen voor mijn asthma. En diezelfde Corrie belt de volgende morgen, of ik misschien een uur later al een fietstest wil doen (op de fiets testen of ik bij inspanning pijn op de borst krijg, of mijn hartslag en bloeddruk goed reageren op de inspanning en hoe veel conditie ik (nog) heb. (mag dat nu al????) Nou,  prima!!

En die test doe ik best wel goed en mijn hart ook. Jippie!
Dan mag ik opeens toch wel zelf auto rijden (in plaats van pas in augustus!)
En hoef ik echt niet te letten op die suffe pijntjes op mijn borst. En mag ik gewoon in normaal tempo de trap op.  En zo. En kan ik gaan hartrevalideren als er plek is.
Geweldig.
Wel 2 maanden focussen op herstel dus niet werken. 
En 
ze gaan de medicatie proberen nog meer uit te breiden,  in ieder geval voor komende tijd, want dat is voor het hart het beste. Nu start van een middel, wat ook de eetlust kan verminderen en waar mensen van kunnen afvallen (dapagliflozine). Oef. Ik ben net met behulp van dure taartjes en mangomousse het gewichtsverlies van de opname weer aan het opkrikken.
Nou ja,  het is op proef. 
En
die (geweldige) hulpdokter gaat mij goed in de gaten houden met regelmatige (telefoon)controles.

(Weer) het nieuwe leven in.

Vandaag mag ik weer worden losgelaten in Het Echte Leven. Kan ik weer lekker scharrelen tussen de bloempotjes en kleine ommetjes buiten lopen in plaats van heen en weer, en heen en weer, en heen en weer op de gang (ze willen dat je op de afdeling blijft want als je dan omvalt zien ze tenminste direct waar je bent).

Her is toch bijzonder hoe het motto van de ziekenhuizen weer opgaat: de grote dingen doen ze prima ( die catheterisatie was wonderbaarlijk efficient en geslaagd, zie minimale restgaatje op de foto, hoe is het mogelijk dat ze daar een ballon door opvoeren en een hele stent!) en met de kleine dingen gaat van alles mis (de medicijnen gingen 2x verkeerd, er was er eentje vergeten,  van een andere is op mijn advies de dosis verhoogd,  omdat ze die teveel verlaagd hadden,  enzovoort). Nou ja, heb ik ook nog een beetje mijn expertise kunnen gebruiken. 

Ook heb ik nog een beetje feedbackles kunnen geven aan de assistent in opleiding,  die de uitslag van mijn echo op vrijdag niet zo handig met mij had besproken. Ik had gevraagd om hem nog even te spreken en ik heb met hem gehad over slechtnieuwsgesprek voeren,  realistisch doch bemoedigend zijn en verandertaal gebruiken. (Verandertaal betekent,  dat je bepaalde feedback op zo’n manier heeft,  dat de ander gemotiveerd word om gewenst gedrag te gaan gebruiken.) We waren geloof ik allebei wel erg tevreden met ons gesprek, hj vond mijn tips zinvol.

Thuis lekker scharrelen, tegen Bert aan zitten, samen een beetje kibbelen omdat we zo moe zijn, veel lekkerder eten, tijd nemen om alle ervaringen en gevoelens weer in te laten dalen. 

Misschien word dit blog vanaf nu weer veel minder frequent. Ik ga jullie niet vermoeien met mijn (hopelijk) dagelijks stijgende aantal stappen,  ofzo (gisteren 1300, vandaag 1550) of andere minder boeiende zaken. 
Ik kachel voort met een bak pillen,  een stel adviezen via internet en een controle afspraak op 5 augustus,  dan ook met fietsproef, dus tegen die tijd mag ik me weer een beetje serieus gaan inspannen en zal ik in ieder geval het verder beloop hier vertellen . Of ik heb eerder nog iets aardigs te vertellen. Of iets stoms.

ANOTHER DAY IN PARADISE

Nog een dag alles controleren. Gelukkig heb ik weer een beetje eetlust en gelukkig hebben ze op zondag een beetje minder saai eten. 

Verder ben ik erg druk met rustig de gang op en neer lopen en daar weer van uitrusten. En met de andere patiënten dan dag zeggen, vooral dikke oude mannen. Soms dunne oude mannen. Soms dikke oude vrouwen. En soms denken die dat ik personeel ben, dan hield ik mijn ECG-kastje omhoog, zo van: ik ben ook patiënt hoor, kijk maar! Moest ik toch nog de vitrage openschuiven. Alleen dat kastje is nu ook al afgekoppeld. 

En ik ben druk met al die hartverwarmende appjes en berichtjes beantwoorden. Er zitten hier op zondag dan geen 8 familieleden om mijn bed heen, maar online heb ik een reuze gezellig heel erg lang durend feestje met heel veel mensen en een virtuele taart. 

Ik ben opgewaardeerd naar 8 pillen per dag,  als ik het goed tel, o nee, 9! Indrukwekkende score hoor.

Bert en ik zijn nog steeds heel erg uitgeput. Wij denken dat het vooral van verdriet is, met ook een dosis onzekerheid erbij. Verdriet om alle levensgebeurtenissen van de laatste 7,5 jaar,  en alles wat kwetsbaar en ongewis en niet leuk is. Het is bij elkaar opgeteld toch echt meer dan alleen 1 redelijk soepel verlopen hartaanval. 

Ik ga ernaar streven om lekker vaak verdrietig te zijn. Dat zal wel het beste helpen. 

In het ziekenhuis

Nou tiswat, (weer) een echte patiënt. Ik sjouw de hele dag rond met een kastje om mijn nek vol snoeren die zich allemaal onder mijn T-shirt kronkelen voor een continu ecg. Ik moet blijven tot maandag, dus in totaal 4 nachten. Dagje langer omdat ze nog aan het stoeien zijn met mijn medicijnen, bloeddruk moet zo hoog blijven dat ik niet omval (zeg maar boven de 100 bovendruk), en de hartslag liefst lekker laag. Dat allemaal om de flinke kneuzing van de hartspier optimale genezings-omstandigheden te geven. Ik heb best geregeld wat pijn op de borst. Volgens de dokter kan dat niet zijn van slechte bloedvaten, want alle bloedvaten stromen nu weer helemaal geweldig door. Het moet komen van de kneuzing, daar is de doorbloeding nog niet optimaal, en dat zou de komende dagen vanzelf langzaam moeten verminderen. Tot die tijd moet ik naar de pijn luisteren, als ik het voel dimmen, als het lang duurt alarm slaan, maar het gaat steeds snel weg. Een belangrijke manier om pijn te voorkomen is LANGZAAM doen. Langzaam lopen, langzaam eten, rustig praten enzovoort. EN DAT PAST ECHT HELEMAAL NIET BIJ MIJ! Ik moest de trap oefenen, 5 tellen per tree, langzame tellen! En dan mag dat ook maar 1x per dag. Dat lijkt me op den duur nogal onhaalbaar hoor. Gelukkig komt de dokter nog langs en die zegt, dat dat maar een paar dagen hoeft en als dat dan goed gaat mag ik het tempo opvoeren.

de verpleegkundige was nog heel boos op mij. Ik had vanmorgen een hele lage bloeddruk (dat voelde ik al een daarom had ik gebeld). Ik zat in een stoel 1 meter van mijn bed af. Toen ging ik 1 stap van stoel naar bed en mij daar snel op laten vallen. Ja, snel. Foei! Ik had eerst moeten opstaan, dan een minuut wachten, dan pas gaan lopen. Met een preek erbij dat het toch echt allemaal niet niks is en ik toch echt serieus rekening moet houden met mijn gesteldheid. Ik heb braaf beschaamd gekeken. Maar ik dacht bij mijzelf: nou, als ik een minuut stil ga staan, dan val ik pas om! Ik vind dat ik met die ene stap een zeer verantwoorde actie heb gedaan. Jaja.

en verder ben ik MOE MOE en misselijk. Staat op de bijsluiter van diverse medicamenten uit mijn flinke hoeveelheid pillen. Wel heb ik de wedstrijd bij mij thuis gewonnen van : wie moet er het meeste pillen slikken? Dat dan weer wel.